Het verhaal van Rigoberta

Dit verhaal schreef ik voor 8-10 jarige kinderen. Van tevoren polsen wat de kinderen weten / resp. vertellen:

  • Het speelt in Mexico, een tropisch land (evt. landkaart)
  • Het meisje van het verhaal, Rigoberta, woont in een afgelegen bergdorp. Er is geen elektriciteit, geen stromend water en er is maar een enkele onverharde weg.
  • De boeren hebben elk een koffietuin. Opkopers komen na de oogst de koffie kopen, in het verhaal heten ze de gemeneriken (uitleggen dat ze zo weinig mogelijk betalen om zelf zo veel mogelijk te verdienen)
  • Een dorpsoudste is een soort burgemeester

RIGOBERTA, EEN MEISJE UIT MEXICO

 Verhaal over Fairtrade

“Rigoberta, kom eens even hier! Rigoberta, waar ben je?”

“Ja mam, ik kom”.

Rigoberta staat op van haar plekje onder de boom.

Mag ze nou niet tien minuten uitrusten? Ze heeft de hele ochtend haar vader en moeder geholpen die op het veld bezig waren. Met koffiebonen plukken. Iedereen in het dorp doet dat altijd, alle vrouwen en mannen, alle opa’s en oma’s. Dat levert geld op om een paar maanden van te leven. Vader verkoopt de bonen en dan worden ze naar de haven gebracht. Daarvandaan varen boten ermee naar verre landen. Soms zou ze wel mee willen met de koffiebonen, ver weg van al dat werk.

Maar ja, je verkleden als koffieboon – dat is al te moeilijk. En ze zou papa en mamma misschien te veel missen.

“Wat moet er gebeuren mamma?”

“Ik wil dat je water voor me haalt bij de put. En neem je broertje mee, hij loopt me zo voor de voeten”.

Rigoberta neemt haar broertje Ricardo bij de hand. De grond onder hun voeten voelt heet. Op dit moment van de dag staat de zon op z’n hoogst aan de hemel. Ricardo babbelt aan één stuk door. Rigoberta zegt zo nu en dan “ja” of “nee” of “mmmm”. Hij vindt het niet erg. Van al zijn broertjes en zusjes, zes in totaal, is Ricardo een van de liefste.

Het is niet druk bij de put “Ga jij hier even zitten”, zegt Rigoberta tegen Ricardo “Niet weglopen hoor”. Ze laat de kruik langzaam zakken en vult die vol water. [1]

Ze lopen niet vlug als ze weer naar hun huisje gaan. Thuis is er een klein zusje die bijna altijd huilt. Niemand weet waarom maar ze moet wel erg ziek zijn. (Geluid)

Maar er is geen dokter in de buurt en het ziekenhuis is ver weg en veel te duur.

Rigoberta heeft wel met haar te doen en wiegt haar soms in haar armen. Maar als ze eerlijk is, wordt ze er ook wel eens stapelgek van. (Geluid)

’t Gaat gewoon in je oren zitten. Waren ze maar niet zo arm….

Als ze ’s avonds in bed ligt hoort ze haar vader en moeder zachtjes praten. Hun huisje heeft namelijk maar één kamer, gezellig. Ze zijn moe van het werken en nou is er morgenavond ook nog een vergadering van alle vaders van het dorp. Vader moppert. Hij is ’s avonds veel te moe, hij heeft geen zin om er heen te gaan.

“Waar gaat het dan over?” vraagt moeder.

Er schijnt een groot plan in de maak te zijn. De dorpsoudste heeft iemand ontmoet die zegt dat ze hun koffiebonen voor veel meer geld kunnen verkopen als ze met elkaar samenwerken.

“Dat kan toch niet veranderen” hoort ze vader zeggen “dit hele dorp is arm, het is altijd zo geweest en het zal altijd zo blijven”.

Maar moeder is daar niet zo zeker van. “Ga nou maar” zegt ze “Stel je voor dat we iets meer geld hadden, dat we naar een dokter zouden kunnen of dat er een school zou zijn voor de kinderen …..”.

Rigoberta glimlacht “Goed zo, mamma”.              

De volgende dag is als alle andere maar ‘avonds gaat vader toch naar de grote bijeenkomst op het dorpspleintje. Rigoberta luistert vanuit de verte zolang ze nog niet naar bed hoeft.

De dorpsoudste staat op een stoel midden tussen alle vaders zodat iedereen hem kan zien en horen. Het gaat over grote-mensen-dingen die Rigoberta niet allemaal snapt maar één ding is heel duidelijk: hij vindt het gemeen dat ze zo weinig verdienen met hun koffiebonen. Wie zo hard werkt verdient een goed loon, dat zegt ie. Als ze de koffiebonen voortaan niet verkopen aan een stel gemeneriken maar het zelf naar de haven brengen krijgen ze veel meer geld. En het grote nieuws is: ver weg, in Nederland, in Zwitserland, in Duitsland wonen mensen die best willen betalen voor goeie koffie. Dat hebben ze beloofd, ze willen EERLIJKE koffie waarvoor de vaders en moeders EERLIJK zijn betaald.

“Och” hoort ze vader roepen “onze koffie is niet goed zeggen de gemeneriken altijd, dus dat lukt allemaal niet”.

“Niet goed” zegt de dorpsoudste en nu kan Rigoberta hem heel goed horen “niet goed?”

“Onze koffie is uitstekend maar die lui maken jullie wijs dat ie slecht is, dan hoeven ze jullie maar weinig geld te geven”.

Ziet ze het goed? Het lijkt wel of alle vaders groter worden – ze gaan rechtop staan.

Is dat waar? Is hun koffie wél heel goed? Zijn ze al die tijd voor de gek gehouden? Het lijkt wel of ze ineens trots worden op zichzelf en als ze zich niet vergist ziet ze vader voor het eerst glimlachen.

Ze slaapt zelf ook glimlachend in, misschien krijgt moeder toch gelijk en wordt het beter in haar dorp.

Ze weten niet dat er ver weg, in Nederland, óók mensen zijn die vinden dat het anders kan. Ze willen graag koffie of chocolademelk drinken of lekkere nootjes en bananen eten. Maar ze weten dat er voor dat lekkers door de boeren hard moet worden gewerkt. Ze zullen blijer zijn als die dan ook EERLIJK verdienen en een behoorlijk leven kunnen leiden.

In de maanden daarop maken de vaders heel veel afspraken over hoe het verder moet. Ze moeten het samen doen, alle koffieboeren, niemand moet nog zaken doen met de gemeneriken en ze moeten moedig zijn als die lelijk gaan doen.

Als vader soms moe thuis komt, als hij somber is, als het kleine zusje maar blijft huilen, vliegt ze hem soms om zijn nek en fluistert: “volhouden pappa, ik geloof dat het beter wordt” en dan is het mamma’s beurt om te glimlachen.

En het wórdt beter.

Eerst komt er een vrachtautootje in het dorp. De mensen in Nederland die eerlijke koffie willen, hebben dat gestuurd. Hij is van hen allemaal en daarmee brengen ze de koffie zelf naar de haven.

Dus: geen gemeneriken meer en zijzelf worden beter betaald.

Dan kan iedereen zijn dak repareren Het lekt niet eens meer op je bed midden in de nacht!

Een paar maanden later is er een klein winkeltje in het dorp. Met simpele dingen die er nooit eerder waren: zeep en shampoo die heel lekker ruiken, wc-papier, olie om in te bakken.

Er gebeuren ook droevige dingen: alle banden van de vrachtauto worden kapotgesneden door de gemeneriken. De vaders worden aangevallen, er vallen zelfs gewonden…….

Tenslotte komt er een schooltje en dan gaat Rigoberta helemaal uit haar dak.

Wie had dat gedacht? Zij, Rigoberta Romero, ging lezen leren. En rekenen. En aardrijkskunde over die verre landen waar ze eerlijke koffie drinken.

Maar het allerfijnste moment komt als mamma vertelt: “ik ben met je zusje naar de dokter geweest. Ze is nu in het nieuwe ziekenhuisje maar het is zeker dat ze helemaal beter wordt en niet meer hoeft te huilen van de pijn”. Er biggelt een traan van geluk over haar wang.

“Komt goed” zegt ze tegen Rigoberta “alles komt goed”.

 

Aantje Leeuwis – Stichting Bunnik Fairtrade. Januari 2014.

 [1] Deze alinea over water halen bij de put is overgenomen uit het boek ‘’Helden’’ van Janny van der Molen.

Advertenties